Je ziet ze vaak pas als je erop let. Een sliert bijen die langs de bloesem zoemt, een hommel die zwaar neerploft op lavendel, een imker die aan de rand van een dijk de kast opent. De Betuwe lijkt gemaakt voor bestuivers. Toch verschilt de werkelijkheid per seizoen en per plek. Hoe gaat het met de bijen in onze streek, en wat kunnen we zelf doen om het beter te maken?
Waarom de Betuwe zo aantrekkelijk is voor bijen
De Betuwe en fruit horen bij elkaar. In het voorjaar kleuren boomgaarden bij Geldermalsen, Buren en Tiel wit en roze. Die massale bloei is een feestmaal voor bijen en hommels, en onmisbaar voor goede bestuiving van appels, peren, kersen en pruimen.
De omgeving helpt mee. Dijken langs Linge, Waal en Lek hebben vaak bloemrijke stroken. Tuinen en erven zorgen voor extra nectar en stuifmeel. Het mozaïek van boomgaarden, dorpen, uiterwaarden en kleine natuurpercelen biedt veel variatie. Er zit wel een addertje onder het gras. De bloei is intens, maar kort. Na de bloesem valt er soms een gat, vooral in juni en juli. Een streek kan dan plots voedselarm aanvoelen, juist in de maanden dat volken moeten doorgroeien.
Hoe staat het er echt voor met de bijenstand
Het beeld is wisselend. In goede jaren melden imkers sterke volken en een mooie voorjaars- en zomerhoning. In lastige jaren drukken kou, regen of droogte de dracht en lopen volken sneller terug. Er is bovendien een belangrijk verschil tussen gehouden en wilde bijen.
Honingbijen
Dit zijn de bijen in kasten. Dankzij beheer kan de populatie redelijk stabiel blijven. Imkers sturen op gezondheid en voedselvoorziening, maar blijven kwetsbaar voor ziektes en een landschap dat in de zomer te weinig biedt.
Wilde bijen
Dit gaat om honderden soorten die solitair leven. Ze maken geen honing en wonen niet in kasten. Hun situatie is zorgelijker. Ze zijn gebonden aan specifieke bloemen, schone nestplekken en een omgeving zonder gif. Als het landschap te netjes en eenzijdig is, verdwijnen soorten ongemerkt.
Samengevat. Honingbijen profiteren van goed imkerwerk, wilde bijen zijn de graadmeter voor de kwaliteit van het landschap.
De grootste bedreigingen in onze streek
Varroamijt en virussen
Varroa is al jaren de lastigste plaag voor honingbijen. De mijt verzwakt bijen en maakt ze vatbaarder voor virussen. Imkers monitoren en behandelen, maar het vraagt voortdurende aandacht.
Grillig weer en een korte bloeipiek
Een nat of koud voorjaar beperkt vlieguren. Na de bloesem moet er nog maanden nectar zijn. Waar bermen schraal zijn of tuinen strak gemaaid, ontstaat een mager tussenseizoen.
Te netjes groenbeheer
Een strak gazon, elke berm kort en weinig bloeiende kruiden. Het oogt verzorgd, maar voor bijen is het een stille periode zonder voedsel en nestplekken.
Bestrijdingsmiddelen en subtiele effecten
Schadelijke middelen kunnen direct dodelijk zijn, maar vaker spelen onzichtbare effecten. Bijen raken vermoeid, oriënteren slechter of bouwen minder weerstand op. Veel telers werken volgens strenge regels en kiezen steeds bewuster, toch blijft de totale mix in het landschap bepalend.
Wat doen imkers in de Betuwe om volken gezond te houden
Imkeren is plannen, kijken en bijsturen. In onze streek zie je dat terug in werkwijzen als:
• Regelmatig controleren op varroa en broedgezondheid
• Tijdig en doelgericht behandelen om besmetting te beperken
• Standplaatsen kiezen met voorjaar en zomer in de buurt, dus niet alleen bij de bloesem maar ook bij zomerbloeiers langs dijk en uiterwaard
• Bijvoeren in schaarse periodes, zodat volken niet inleveren
• Koninginnen selecteren op rustig gedrag, vitaliteit en zwermtrage lijnen
• Afspraken maken met fruittelers over timing en plaatsing van kasten
• Kennis uitwisselen binnen verenigingen in West Betuwe, Neder Betuwe en Tiel
Het doel is helder. Sterke volken in de bloesem, en daarna voldoende dracht om gezond de nazomer in te gaan.
Honingbijen en wilde bijen, is er concurrentie
Die vraag leeft, zeker waar veel kasten staan. In een bloemenrijk landschap is er vaak genoeg voor iedereen. Wordt het aanbod krap, dan neemt de druk toe. De beste oplossing ligt niet in het tellen van kasten, maar in het vergroten van het menu. Meer bloeiende stroken, langere bloeiboog, meer nestplekken. Als de tafel langer gedekt is, past het hele gezelschap.
Zo herken je een omgeving waar bijen floreren
Je hoeft geen specialist te zijn om te zien of een gebied bijvriendelijk is. Let hierop:
• Bloemen van vroeg in het voorjaar tot ver in de nazomer
• Variatie in soorten, van fruitbloesem en klaver tot distels, wilde peen en struiken
• Plekken met ruigte, takkenrillen, holle stengels en een zonnig zandplekje
• Bermen die gefaseerd gemaaid worden zodat er altijd iets bloeit
• Aanwezigheid van meerdere soorten, dus niet alleen honingbijen maar ook hommels en kleine solitaire bijtjes
Een boomgaard in bloei is prachtig. Een gezonde bijenstreek behoudt daarna het buffet.
Wat kun jij doen in tuin of op balkon
Kleine keuzes maken groot verschil, zeker voor wilde bijen die korte afstanden vliegen.
Plant voor een lange bloeitijd
Combineer vroegbloeiers zoals krokus en longkruid met zomer- en nazomerbloeiers zoals kattenkruid, salie, lavender, zonnehoed en hemelsleutel. In potten werkt dat net zo goed.
Laat wat los
Maai een stukje minder vaak. Laat uitgebloeide stengels tot het voorjaar staan. Een randje met bloeiende klaver in het gras is al winst.
Blijf weg van gif
Ook middelen die onschuldig lijken, verstoren het kleine leven in de tuin. Handmatig wieden en natuurlijke oplossingen leveren vaak hetzelfde resultaat op.
Maak nestplekjes
Veel wilde bijen nestelen in zand, holle stengels of kleine gaatjes in dood hout. Een bijenhotel kan, maar een zonnig kaal zandplekje of een stapeltje takken is minstens zo waardevol.
Denk aan water
Een ondiep schaaltje met kiezelsteentjes geeft bijen een veilige drinkplek, zeker tijdens droge periodes.
Proef de Betuwe met lokale honing
Lokale honing is een streekproduct met verhaal. Voorjaarshoning uit de bloesem is vaak zacht en licht. Zomerhoning krijgt meer kruidigheid van braam, linde of distels langs de dijken. Koop je bij een imker in de buurt, dan hoor je meteen hoe het seizoen verliep. Was de bloei vroeg, viel de regen precies verkeerd, welke bloemen gaven de doorslag. Je proeft het terug in de pot.
Conclusie over de bijenstand in de Betuwe
Onze streek heeft alle bouwstenen voor sterke bijen. Bloesemrijke boomgaarden, dijken vol potentie, tuinen die kunnen bijdragen en een actieve imkergemeenschap. Toch is gezondheid geen vanzelfsprekendheid. Honingbijen komen met goed beheer een heel eind, maar staan onder druk door varroa en wisselvallige dracht. Wilde bijen zijn het kwetsbaarst. Zij laten haarfijn zien waar het landschap te schoon en te eentonig is geworden.
De oplossing ligt dichtbij. Meer bloemen, meer variatie, minder gif en beheer met oog voor de seizoenen. Als bewoners, verenigingen, telers en gemeenten samen die lijn vasthouden, kan de Betuwe uitgroeien tot een voorbeeldregio voor bestuivers.
Verder lezen over de Betuwe
Zin in meer verhalen uit de streek, van natuur en buitenleven tot lokale tips en mooie routes langs Linge en dijken. Kijk op betuweinfo.nl voor nog veel meer artikelen en inspiratie voor je volgende uitstapje.
Geef een reactie