Rij je in juni door de Betuwe, dan glanzen de kersen je tegemoet. In elke boomgaard groeit weer iets anders en juist dat maakt het leuk. Kersen zijn er in veel rassen, met elk een eigen smaak, kleur, beet en oogstmoment. Handig om te weten als je gaat plukken, een kistje langs de weg meeneemt of thuis een kersentaart wilt bakken. Hieronder lees je welke rassen je bij Betuwse stalletjes vaak tegenkomt, hoe je ze herkent en hoe je ze het beste bewaart.
Waarom zijn er zoveel kersenrassen?
Het ras bepaalt meer dan alleen de kleur. Het zegt iets over de zoetheid, de stevigheid van het vruchtvlees, de grootte, de kans op barsten bij regen en het moment waarop ze rijp zijn. Telers kiezen daarom een mix van vroege, middelvroege en late rassen. Zo kunnen ze langer oogsten en ben jij als koper wekenlang verzekerd van verse kersen. Het Betuwse weer speelt daarbij een rol. Een warm voorjaar brengt alles vroeg op gang, een koel of nat voorjaar schuift de pluk juist op.
Zoete kersen en zure kersen
Er zijn grofweg twee groepen. Zoete kersen, prunus avium, zijn de bekende snackkersen die je vers eet. Donkerrood, sappig en vaak stevig. Zure kersen, prunus cerasus, zijn frisser van smaak en daarom favoriet in de keuken. Denk aan jam, sap, likeur, taart of clafoutis. Als tussendoortje kom je de zure variant minder vaak tegen, maar bij het koken en bakken zijn ze goud waard.
Populaire zoete kersenrassen in Nederland
In de Betuwe zie je vaak dezelfde vertrouwde namen terug. Niet elke boomgaard heeft ze allemaal, maar onderstaande rassen kom je geregeld tegen.
Kordia
Kordia is voor veel liefhebbers een favoriet. Grote vruchten, diep donkerrood tot bijna zwart, met stevig vruchtvlees en een volle, zoete smaak. Ze kunnen relatief goed tegen een buitje, al blijft regen rond de oogst altijd spannend. Voor wie van een duidelijke bite houdt is dit een schot in de roos.
Regina
Regina rijpt later in het seizoen. Handig als je in juli nog een keer langs een kraampje rijdt. De kersen zijn stevig en hebben een frisse zoetheid. Ze blijven vaak net wat langer mooi in de koelkast zonder in te leveren op smaak. Een fijn ras als je niet alles in één keer op eet.
Karina
Karina zit qua type in dezelfde hoek als Kordia en Regina. Donker, groot en met een stevige beet. Telers waarderen Karina omdat het mooi past in de planning van de oogst. Voor de eter telt vooral dat het kersen zijn met karakter, die het uitstekend doen uit de hand.
Burlat
Burlat is een vroege kers en zet het seizoen in gang. Zodra de eerste Betuwse kersen op de kramen verschijnen, is de kans groot dat het Burlat is. Iets zachter van structuur dan de latere rassen, maar heerlijk sappig en zoet. Ideaal voor wie niet kan wachten op de nieuwe oogst.
Van
Van is een klassieke naam die al langer in Nederlandse boomgaarden staat. Middelvroeg, mooi rood en betrouwbaar zoet. Meestal wat kleiner dan Kordia of Regina, maar met een smaak die veel mensen kennen en waarderen.
Zure kersenrassen om mee te koken en bakken
Zure kersen zijn minder zichtbaar op de stalletjes, maar voor bakkers en thuiskoks zijn dit de parels.
Morel
Morellen zijn waarschijnlijk het bekendste type zure kers. Diep rood, een duidelijke frisheid en precies dat zuurtje dat een taart of jam laat zingen. Morellen op sap is voor velen een bekende smaak. Ook in sauzen bij wild doen ze het goed.
Schaarbeekse
Deze traditionele kers komt vooral uit Belgische streken, maar duikt bij liefhebbers en kleinschalige telers soms ook in Nederland op. Aromatisch, zuur en heel geschikt voor verwerking in gebak, confituur en likeur. Voor de fijnproever zeker de moeite waard.
Welke kersen zijn het lekkerst?
Smaak is persoonlijk. Toch helpen een paar richtlijnen bij je keuze.
- Voor direct uit de hand: Kordia en Regina zijn toppers als je houdt van een stevige, zoete kers. Voor vroege trek is Burlat fijn.
- Voor gebak en desserts: kies een zuur ras zoals Morel. Zoete kersen kunnen ook, maar dan wordt het geheel milder en minder fris.
- Voor jam en inmaak: zure kersen geven diepte en balans. Meng eventueel zoete en zure kersen voor een volle smaak die niet te zoet is.
Wanneer zijn de rassen rijp?
De pluktijd verschilt per jaar, maar in grote lijnen ziet het Betuwse seizoen er zo uit.
- Vroege rassen: begin tot half juni. Hier hoort Burlat meestal bij.
- Middelvroege rassen: half juni tot eind juni. Veel klassieke zoete rassen vallen in deze groep.
- Late rassen: eind juni tot in juli. Regina en vaak ook Kordia zijn dan op hun best.
Regen en temperatuur kunnen het schema flink verschuiven. Vraag daarom bij het kraampje altijd even wat er vandaag geplukt is.
Kersen herkennen bij een kraampje
Niet elk stalletje vermeldt het ras, maar met een beetje kijken en voelen kom je een heel eind.
- Kleur en glans: zeer donkerrood tot bijna zwart wijst vaak op een later, zoeter ras zoals Kordia of Regina. Lichter rood komt vaker voor bij eerdere rassen.
- Stevigheid: voelt de kers stevig aan, dan is de kans groot dat het een later ras is met een goede bite. Zachtere kersen zijn heerlijk sappig, maar eet ze snel op.
- Steel en verse look: een frisgroene steel en een droge, glanzende schil zijn goede tekenen van versheid.
- Vraag het aan de verkoper: Betuwse telers vertellen graag over hun rassen en laten je vaak even proeven. Je krijgt er gratis kennis en gezelligheid bij.
Kersen bewaren
Kersen zijn het lekkerst als ze vers zijn, maar je kunt ze prima enkele dagen goed houden.
- In de koelkast: bewaar ze ongewassen in een schaal of bakje met wat ruimte ertussen. Was ze pas vlak voor het eten. Het kroontje en de steel laat je eraan zitten tot gebruik.
- Op het aanrecht: voor dezelfde dag kan dat prima, maar kies dan een koele plek uit de zon.
- Invriezen: ontpitten is handig, maar hoeft niet. Verspreid de kersen eerst op een bakplaat en doe ze daarna in een zak of bak. Na ontdooien is de structuur zachter. Voor smoothies, compote of taartvulling werkt dat uitstekend.
Veelgestelde vragen over kersen
- Zijn donkere kersen altijd zoeter? Vaak wel, omdat ze rijper zijn of van een ras dat dieper kleurt. Toch zijn er uitzonderingen. Proeven blijft de beste test.
- Waarom barsten kersen soms na regen? De schil neemt vocht op en staat op spanning. Net voor de oogst is de celwand dun en gevoelig. Sommige rassen zijn hier gevoeliger voor dan andere.
- Hoe haal je de pit er snel uit? Met een ontpitter gaat het razendsnel. Heb je die niet, gebruik dan een glad rietje of een kleine spuitmond en duw de pit eruit aan de kant van de steel. Werk boven een kom, dat scheelt spetters.
- Kun je kersen met een vlekje nog eten? Kleine beschadigingen zijn vaak vooral een kwestie van uiterlijk. Ruik even en snijd het plekje weg. Zachte of gefermenteerde kersen kun je beter gebruiken voor jam of compote en niet meer los eten.
Tip voor in de keuken
Zoete kersen combineren mooi met amandel, pure chocolade en vanille. Zure kersen vragen om citroen, kaneel of steranijs. Een handje kersen door een groene salade met geitenkaas en geroosterde noten is trouwens een verrassend goede lunch.
Zin in kersen uit de Betuwe
Niets zo zomers als een hand vol glanzende kersen onderweg langs de Linge. Kies jouw favoriete ras, neem gerust een bakje mix mee en proef het verschil. Meer lezen over fruit, uitjes en streekverhalen uit de Betuwe kan op Betuweinfo.nl. Daar vind je nog veel meer tips om de streek te proeven, te ontdekken en te beleven.
Geef een reactie